Magazine 'Eisner' biedt staalkaart van betere strip
Nu de graphic novel steeds meer terrein wint, vind je in de boek- en striphandel sinds gisteren ook het eerste Nederlandstalige tijdschrift dat de betere strip centraal zet. Het blad is genoemd naar auteur Will Eisner, die de term graphic novel groot maakte. Als eerbetoon prijkt zijn hoofd op het eerste nummer. 'We willen het stripgenre opentrekken', zegt hoofdredacteur Ward Wijndelts.

Eisner Beeldverhalen   'Het eerste getekende literaire magazine', zo wordt Eisner in het officiële persbericht genoemd.
   De Vlaamse nieuwbakken uitgeverij Vrijdag en de Nederlandse literaire uitgeverij Podium staan garant voor de publicatie, die drie keer per jaar zal verschijnen. Alle soorten volwassenenstrips komen aan bod, van autobiografisch werk tot fictie, non-fictie en horror.
   De hamvraag die stripkenners de jongste jaren in de ban houdt - wat een graphic novel nu precies ís - wordt in het eerste kortverhaaltje van Jean-Marc van Tol, de auteur van Fokke en Sukke, enthousiast in beeld gebracht wanneer hij verschillende auteurs en uitgevers daarover in een café laat brainstormen. "We willen aan een groot publiek laten zien dat strips ook van zichzelf 'literair' kunnen zijn", stelt hij, waarna hoofdredacteur Ward Wijndelts iets te uitbundig de term 'stripperair' door het café laat gallen.
   In het eerste nummer bijten veertien jonge en gevestigde internationale tekenaars de spits af. De bekendste is wellicht Daniel Clowes (Ghost World), van wie een oud verhaaltje wordt gepubliceerd waarin Clowes de perikelen op de kunstacademie waar hij ooit schoolliep, beschrijft. Wat volgt, zijn verhalen van Nederlanders als Typex, Peter Pontiac en Marcel Ruijters, de Schot Tom Gauld, de Belg Jeroen Janssen of de Amerikaan Milt Gross, van wie een verhaaltje uit 1939 wordt gepubliceerd. Daarin wist hij op één pagina John Steinbecks boek The Grapes of Wrath te bespreken. Voor het tweede nummer ligt al werk klaar van de jonge Vlamingen Brecht Evens en Judith Vanistendael.
   Eisner is een vrij nieuw concept op de stripmarkt, legt hoofdredacteur Ward Wijndelts uit, "maar als je toch iets gelijkaardigs wilt zoeken, kom je uit bij Wordt Vervolgd, het maandblad van Casterman dat in de jaren tachtig de betere strip wilde promoten." Volgens Wijndelts gaat het telkens om afgewerkte verhaaltjes, al is er in dit eerste nummer één uitzondering gemaakt voor een werk van Milan Hulsing. "We hebben lang getwijfeld of we dat wel moesten doen, maar vonden dat we ook wel een kijkje in de keuken van een auteur mochten bieden. Vandaar dat we kozen voor een afgewerkt fragment uit De kleien stad, dat volgend jaar in boekvorm verschijnt. Maar voor het overige vind je dus enkel afgeronde verhalen.
   "Wat we zeker niet publiceren, zijn gagstrips. Kinderen zijn niet de doelgroep van Eisner. Wat we wel bieden, is een staalkaart van het stripwerk dat in Nederland en Vlaanderen, en voorlopig in mindere mate daarbuiten, te zien is. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Op de achterflap vind je een abstract verhaal in sequenties van Greg Shaw, niet meteen een strip in de enge zin van het woord. Nog zoiets: in het blad vind je ook een soort gedicht dat ondersteund is met twee foto's. Ook dat is niet echt een strip, maar we willen het stripgenre met zulke bijdragen langzaam opentrekken. Misschien valt het tegen, maar het loont de moeite om het te proberen."

Geert De Weyer

Eisner (74 p., 15 euro). Te vinden in de boek- en striphandel.
www.eisnerbeeldverhalen.nl

Copyright © De  Morgen   .::.  15 november 2008